Een warenhuis is meer dan een grote winkel. Het is een plek waar je in één bezoek van alles kunt kopen: kleding, parfum, elektronica, huishoudartikelen en soms zelfs etenswaren. Het idee achter zo’n groot winkelgebouw is simpel: de klant hoeft niet van de ene winkelstraat naar de andere te lopen. Alles is bij elkaar op meerdere verdiepingen. Dat concept bestaat al meer dan anderhalve eeuw en trekt nog altijd veel bezoekers aan, van gewone shoppers tot toeristen die de gebouwen zelf al een bezienswaardigheid vinden.

De geschiedenis van het grote winkelgebouw

Het eerste moderne warenhuis ontstond in de negentiende eeuw in Parijs. In 1852 opende Aristide Boucicaut de deuren van Le Bon Marché. Dat was iets heel nieuws: een winkel met vaste prijzen, waar iedereen gewoon naar binnen mocht kijken zonder verplicht iets te kopen. Daarvoor was winkelen iets waarbij je altijd moest onderhandelen over de prijs. De uitvinding van vaste prijzen en het grote aanbod op één locatie veranderde hoe mensen shoppen ervoeren. Andere steden volgden snel. In Engeland opende Harrods in Londen, in Amerika kwamen Macy’s en Bloomingdale’s. In Nederland groeide De Bijenkorf uit tot het bekendste voorbeeld. Al deze grote winkels deelden hetzelfde idee: zoveel mogelijk aanbod, zo aangenaam mogelijk gepresenteerd, in één indrukwekkend gebouw.

Bekende warenhuizen in Europa en de rest van de wereld

Galeries Lafayette in Parijs is een van de meest bezochte voorbeelden ter wereld. Het hoofdgebouw aan de Boulevard Haussmann trekt jaarlijks miljoenen bezoekers. De iconische glazen koepel boven de centrale hal is een blikvanger die het gebouw zelf tot een attractie maakt. Er zijn tientallen verdiepingen met luxemerken, mode, beautyproducten en woonaccessoires. Harrods in Londen is een ander groot voorbeeld. Dit warenhuis staat bekend om zijn imposante buitenkant en het enorme aanbod aan luxeartikelen. In Japan zijn warenhuizen, daar bekend als “depato”, een vast onderdeel van het stadsleven. Ze zijn vaak verbonden aan grote treinstations en combineren winkelen met restaurants en culturele evenementen. Elk land heeft zijn eigen versie van het grote winkelgebouw, maar het principe blijft overal hetzelfde.

Uitdagingen voor de grote warenhuizen

Online winkelen heeft de positie van grote winkelketens flink veranderd. Steeds meer mensen bestellen kleding, elektronica of huishoudspullen via internet, zonder een gebouw te bezoeken. Dat merken veel traditionele winkelbedrijven. In de afgelopen jaren zijn in verschillende landen bekende namen verdwenen of sterk gekrompen. In Nederland sloot de V&D zijn deuren in 2016 na een faillissement. Hudson’s Bay probeerde de lege locaties over te nemen, maar ook dat bedrijf hield het maar kort vol in ons land. Toch zijn niet alle grote winkels op hun retour. De Bijenkorf past zich aan door te focussen op ervaring en exclusiviteit. Galeries Lafayette trekt toeristen die het gebouw en de sfeer willen beleven, niet alleen om te kopen. Het grote winkelgebouw van de toekomst is er een dat meer biedt dan producten alleen: beleving, horeca en bijzondere presentaties spelen een steeds grotere rol.

Wat maakt een bezoek aan een warenhuis bijzonder

Een bezoek aan een groot winkelgebouw voelt anders dan een trip naar een gewoon winkelcentrum. De architectuur speelt daarin een grote rol. Veel van deze panden zijn gebouwd in de negentiende of vroege twintigste eeuw, met hoge plafonds, marmeren vloeren en sierlijke trappen. Dat gevoel van ruimte en grandeur is iets wat je online niet kunt nabootsen. Daarbij komt het aanbod: alles zit op één plek bij elkaar, van betaalbare merkkleding tot luxe horloges. Parfumafdelingen ruiken je al tegemoet als je binnenstapt, en modevloeren bieden een overzicht van tientallen labels naast elkaar. Voor veel mensen is een bezoek dan ook meer dan boodschappen doen. Het is een uitje, een manier om een stad te verkennen of even te genieten van een mooie omgeving. Toeristen plannen een bezoek aan bekende panden soms al voor hun vertrek, puur voor de beleving van het gebouw en de sfeer.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een warenhuis en een winkelcentrum?
Een warenhuis is één groot gebouw van één bedrijf, met meerdere afdelingen onder één dak. Een winkelcentrum is een verzameling van losse winkels van verschillende eigenaren, bij elkaar gebracht op één locatie zoals een overdekt plein of een stadsblok.

Welk warenhuis is het oudste ter wereld?
Le Bon Marché in Parijs geldt als het oudste moderne warenhuis ter wereld. Het opende in 1852 en wordt gezien als het eerste grote winkelgebouw met vaste prijzen en een breed aanbod voor het grote publiek.

Zijn er nog warenhuizen in Nederland?
In Nederland is De Bijenkorf nog steeds actief als het bekendste grote winkelgebouw. Het heeft vestigingen in steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Na het faillissement van V&D en het vertrek van Hudson’s Bay is het aanbod wel kleiner geworden dan vroeger.

Waarom zijn veel warenhuizen de laatste jaren gesloten?
De opkomst van online winkelen heeft grote winkelbedrijven hard geraakt. Klanten bestellen steeds vaker via internet, waardoor de omzet in fysieke winkels daalde. Hoge huurkosten voor grote panden en veranderend koopgedrag maakten het voor veel ketens moeilijk om winstgevend te blijven.